De Drie Zoons van de Koning

Er was eens een koning die geen kinderen kon krijgen en besloot om een heks om hulp te vragen. “Ja!” zei de heks, “U zult drie zoons krijgen, maar de eenzaamheid die u ontloopt, zal als veelvoud op uw zoons gestort worden.” De koning was dwaas en liet de heks haar spreuk spreken. Datzelfde jaar nog kreeg de koning een drieling en hij vergat de vloek van de heks.

Toen de tijd was aangebroken voor de koning om vrouwen te zoeken voor zijn zoons, werd de oudste zoon geestesziek. Hij maakte een enorm touw en knoopte een lus aan beide uiteinden van het touw; één lus vele malen groter dan de ander. Hij gooide de grote lus om de maan heen en ging met zijn nek in de kleine lus hangen. Nog altijd hangt hij onder de maan, leveloos, en kwelt hij eenieder die in zijn buurt komt.

De koning vond een beeldschone vrouw, een waar prinsesje, die bereid was met zijn tweede zoon te trouwen. Toen hij haar aan de prins wilde geven, was de prins opeens verdwenen. Hij was de stad uitgetrokken, de natuur in, en had van het bos zijn huis gemaakt. Langzaam steeg hij uit boven de dieren en zelfs boven de bomen. Daar, boven het bos, zweeft hij nu nog, roerloos.

Nu was er nog maar één zoon over in het koningshuis. Ook voor de laatste prins wilde de koning een vrouw zoeken, maar er was in het hele koninkrijk geen vrouw te vinden die de jonge prins beviel. Dus besloot de prins met goede moed op reis te gaan. Hij liep naar het westen en bleef lopen, de westenwind voorbij. Er was nergens een vrouw te vinden waarvoor de prins zijn zoektocht wilde staken. Maar net voordat hij bij de horizon aankwam, stond hij stil; en even hield de aarde haar adem in. Hij keek naar links, hij keek naar rechts; hij keek naar voren en hij draaide zich om. Hij zag de wereld, maar keek haar voorbij. Hij zag het oosten, maar keek ook haar voorbij. Hij zag… En hij bleef kijken. Op die plek bouwde hij een toren van steen, waar hij bovenop ging zitten om voor altijd voorbij het oosten te kijken.

Onderwerpen:
Koning · Heks